Kerstverhaal

december 25th, 2009 by alain

Deze keer was Jozef goed boos. Als Palestijn, inwoner van Palestina, had hij zonet een bericht gekregen van de Israëlische overheid. Het stukje grond waarop hij zijn huisje had, moest worden ontruimd omdat “men” besloten had om daar een zoveelste Joodse nederzetting te bouwen.

Bovendien had “men” zomaar beslist dat hij naar Bethlehem moest verhuizen, deze week nog.

Maar waar moest Jozef dan blijven met zijn meubelatelier? Hadden ze daar voor hem in Bethlehem wel een pandje waarin hij zijn werkgerief kwijt kon? En dan was zijn vrouw Maria ook nog eens hoogzwanger! Waarom moest dat allemaal zo snel? Deze week nog, stel je voor. Verdomde bezetter! Joden, Palestijnen, Hamas en Fatah, wat had hij hiermee te maken? Tot nu toe had Jozef geprobeerd om zoveel mogelijk buiten de conflicten te blijven. Het had toch geen enkele zin om in deze waanzin ergens partij voor te kiezen. Het leven was hier een hel en hij ijverde elke dag om te overleven. Twee weken geleden nog was zijn bestelwagentje gestolen en wat later was gebleken dat extremisten het gebruikt hadden als bomauto voor een aanslag. Potverdekke, da’s waar. Jozef zat zonder auto en net nu moest hij met zijn hoogzwangere vrouw verhuizen naar Bethlehem.

Het huis van Jozef’s schoonbroer lag aan de rand van het dorpje en dat was een maand geleden geraakt door een Joodse raket. Het huisje was natuurlijk onbewoonbaar, maar misschien was het nog goed genoeg zodat Jozef er voor enkel weken zijn voorraadje hout kon in opbergen. Hij kon dan zijn grote stootkar wat oplappen en er dekens op leggen zodat Maria erop kan gaan liggen. Met wat geluk was er nog net voldoende plaats zodat hij zijn werkgerief kon meenemen en dan kon hij op die manier toch naar Bethlehem vertrekken. Een tocht van zo’n dertig kilometer, maar op erg slechte wegen. Zonder tegenspoed zou hij er op twee dagen staan.

De tocht verliep moeizamer dan hij gedacht had. Maria kon helemaal niet stappen met haar bolle buik en de kar was hoog gestapeld met huisgerief, wat kleren en zijn alaam. Jozef stond er helemaal alleen voor en de zanderige wegen kronkelden ook geregeld bergop. De last was te zwaar. Het was pas op het einde van de derde dag dat hij eindelijk Bethlehem bereikte. De administratie was al dicht en op de legerpost kon niemand hem zeggen welk huisje aan hem was toegewezen. Zijn naam kwam zelfs op geen enkele lijst voor en dus twijfelden ze op de legerpost dat Jozef en Maria wel hier moesten zijn. Jozef smeekte dat Maria en hij enkel voor deze nacht een slaapplekje zouden krijgen, zodat ze de volgende dag dan naar de administratie konden, maar hij vloog buiten. Geen burgers in de kazerne!

Jozef zocht en vond een hospitaal en probeerde dat Maria zou worden opgenomen voor de nakende bevalling, maar dat kon niet.

De avondklok ging bijna ingaan en net op tijd glipten Maria en Jozef terug buiten de muren. Jozef doolde wat rond en uiteindelijk viel zijn oog op een afdak voor schapen. Hij schikte het stro en probeerde zo een bedje te spreiden voor Maria. Net op tijd, want de weeën kwamen sneller na elkaar. Maria kreunde en Jozef was heel onzeker, maar zijn vrouw kneep in zijn hand en gaf hem kracht. Zij gaf hem ook de tip om alvast te zoeken in zijn werkgerief naar iets dat straks kon dienen om de navelstreng af te binden. Jozef rommelde ook wat in de kribbe die daar stond met het verse stro. Hij schikte het goed om er dan na de geboorte het kindje in te kunnen leggen. En nu maar hopen dat het geen tweeling zou zijn, stel je voor.

Maria kreunde en hijgde, de geboorte kwam dichterbij. Jozef stond regelmatig bij Maria, drukte haar hand en deed samen met haar de juiste ademhaling tijdens de weeën. Blij dat deze weeral voorbij was, huppelde hij dan naar de rand van het afdak en tuurde naar buiten, hopend op hulp want hij was hier helemaal niet gerust in. En het wonder gebeurde. Aan de hemel zag Jozef een vreemd fonkelende ster en de ster naderde snel in zijn richting. Jozef was niet weinig verbaasd toen de ster tot vlak voor hem kwam stil te staan en dat Jozef Arafat herkende. ” Geen paniek, ik ben de engel Arafat en kom helpen voor de bevalling.”

Zachtjes duwde de engel Arafat Jozef wat opzij en stapte kordaat tot bij Maria. Hij legde zijn hand op haar buik. ” Laat ons samen bidden.” Maria vouwde haar handen en begon luidop te bidden. Bij het slotwoordje “amen”, sprak de engel Arafat en zei ” Nu moet ge ne keer goed opletten; het zal gaan gebeuren.” En zie, zonder enige moeite noch pijn of kramp gleed er een baby uit Maria’s schoot. De engel Arafat nam het zachtjes op, tikte tegen de navelstreng die meteen afviel en wikkelde het kindje in zijn wereldberoemde hoofddoek. Maria reikte haar armen om het kind te ontvangen, maar Arafat vond het beter haar meteen al op haar ware plaats te wijzen: dit kind was niet voor haar geboren, neen, het was geboren voor de hele wereld. Hij legde de pasgeborene in de kribbe, knielde neer en bad.

Na het bidden ging hij eventjes bij Jozef staan. “Zeg Jozef, ge moet niet zoeken naar een naam, het kind zal Emmanuel heten, God is met ons.”

Maar bij Jozef was de druk wat van de ketel nu het kindje geboren was. “Rustig Arafat. Ik ben u zeer dankbaar voor uw hulp bij de geboorte, je hebt formidabel geholpen, maar ik ben wel degene die een naam zal kiezen voor onze kleine. Ik wil hem bijvoorbeeld wel Yasser noemen, maar toch geen Emmanuel. Dat is geen naam van bij ons, niewaar, eigen namen eerst.”

Jozef was maar aan het ratelen en intussen probeerde hij de engel Arafat zachtjes naar buiten te duwen. ” Maar ook Yasser is misschien geen goede naam. Want hier bij de Palestijnen is Yasser wel positief bij de mensen van Hamas, maar als mijn zoon later mensen van Fatah ontmoet kan hij hierdoor alleen al problemen krijgen!”

En zo zie je maar, het kindje Jezus was nog maar pas terug op aarde, of het was al boel

Leave a Comment

Please note: Comment moderation is enabled and may delay your comment. There is no need to resubmit your comment.