Ik word vijftig …
Ik word vandaag vijftig.
De haren die mij nog resten zijn hoofdzakelijk grijs.
Mijn vermoeide ogen laten mij niet meer toe om ALLE mooie vrouwen te zien, en bovendien gunnen mijn verslijtende benen het mij niet om er dan met succes achteraan te gaan.
En wat dan nog, hoeft het allemaal nog wel? Ik ben vijftig …
Zijn er dan geen voordelen?
Toch wel.
Reuma biedt mij de geknipte uitvlucht om niet meer te moeten afwassen.
En wanneer ik doe alsof ik iets niet gehoord heb of vergeten ben, wordt er slecht meewarend wat geknikt.
Hier en daar mag ik aan voordeeltarief binnen.
Op het openbaar vervoer staan alle jongeren mij welwillend en goedbedoeld hun plaats af.
En wat zijn mijn toekomstperspectieven?
Bij mooi weer kan ik gaan wandelen in het park en misschien wat broodkruimels gooien voor de eendjes.
Bij regenweer zal ik naar het café om de hoek wandelen, een beetje kaarten met lotgenoten, en een Vieux-Temps drinken, eentje van ‘t schab.
Kleinkinderen heb ik niet, nog niet.
Je hoort wel eens, het leven begint pas echt bij vijftig …
Onnozelaars, bij mij is het gelukkig echt wel vroeger begonnen. Reeds vele jaren ben ik op zoek naar mijn eigen harmonie tussen mijn gedachten, mijn gevoelens en mijn driften, voor mijn eigen geluk, voor het geluk van degenen van wie ik hou en natuurlijk op een manier dat ik anderen respecteer.
En reeds vele jaren vind ik ook geregeld die harmonie, op verschillende vlakken.
Houden zo,
Alain, met de A van Abraham …
‘t jonge , jonge? Al ben ikzelf ondertussen ook vijftig, de wijsheid is nog niet mijn deel. Toch niet in de mate dat ik dat zelf zou wensen. Onbeheerst blijf ik mij overmatig ergeren aan gemakzucht; ook al dreigt die nog maar in de buurt te komen. Mijn zoon blijft er mij attent op maken… Om hem te danken zal ik mijn leven beteren en genieten, relaxen.
Maar nu nog eenmaal door drammen. Om het af te leren.
“Ik wordt vijftig” lijkt mij een stuk voor 2039. Ik zou er mijn schoonvader van 82 in herkennen. Alhoewel. Het stukje eindigt knap met “wijsheid” die een vijftiger kan kenmerken. Leert mijn ervaring mij niet dat diegenen die wijsheid nastreefden, daar rond hun vijftigste toe kunnen komen? Dat rond ons zeventigste wij kunnen komen tot een ongeëvenaarde implementatie? De dame met de grootste wijsheid ,die ik mocht ontmoeten, leerde ik kennen op haar negenennegentigste. ‘k Heb haar zeven jaar mogen mee maken. Tot op vandaag komt zij mij wekelijks voor de ogen als raadgeefster.
Alain. Ik wens je nog vele vieux-temps met het huidige leven van je achterkleinkinderen als begeleidende gedachte. Maar kunnen wij als vijftigers, voor het zover is: plezierig onszelf zijn, de plaats in nemen waar we horen…
Op ons tachtigste zou dat de situatie hierboven beschreven kunnen zijn.
ben met u akkoord, vermoeide ogen, slecht ter been, grijze haren, EN GOD wat nog allemaal> ocharme ALAINKE